← Zurück zu den öffentlichen Stapeln · Niederländisch-Stapel · Niederländisch-Vokabeltest

Reise-Kit: Niederländisch in 50 Sätzen Official

Fünfzig Sätze auf Niederländisch für deine Reise (Reiseziel: die Niederlande), als Fünf-Tage-Plan mit zehn Sätzen am Tag: Begrüßung und Höflichkeit, Café und Restaurant, Bezahlen und Einkaufen, unterwegs und Schilder, Hotel und Hilfe. Jede Karte hat eine Lautschrift, ein echtes Beispielgespräch und einen Hinweis darauf, wann man sie sagt und was Touristen auffliegen lässt, dazu eine Bonusgruppe mit den Zahlen 1–10. Etwa 10 Minuten am Tag.

GER A1 — Anfänger
Auf diesem Niveau kannst du: sich vorstellen, essen bestellen, nach dem weg fragen. Wortschatz: ~500 Wörter (kumulativ).
Das lernst du
Wie sagt man “Hallo / Guten Morgen” auf Niederländisch?
“Hallo / Guten Morgen” heißt auf Niederländisch “Hallo / Goedemorgen”. Zum Beispiel: Goedemorgen! Een koffie, alstublieft. — Guten Morgen! Einen Kaffee, bitte.
Wie sagt man “Guten Abend” auf Niederländisch?
“Guten Abend” heißt auf Niederländisch “Goedenavond”. Zum Beispiel: Goedenavond, heeft u een tafel voor twee? — Guten Abend, haben Sie einen Tisch für zwei?
Wie sagt man “Bitte / Bitte sehr” auf Niederländisch?
“Bitte / Bitte sehr” heißt auf Niederländisch “Alstublieft”. Zum Beispiel: Een water, alstublieft. – Alstublieft! — Ein Wasser, bitte. – Bitte sehr!
Wie sagt man “Vielen Dank” auf Niederländisch?
“Vielen Dank” heißt auf Niederländisch “Dank u wel”. Zum Beispiel: Dank u wel! – Graag gedaan. — Vielen Dank! – Gern geschehen.
Niederländisch → Deutsch 60 Wörter ~6 Tage bei 10 Wörtern/Tag 0 Downloads A1 A2
No ratings No ratings von admin@wordsonrepeat.com Sep 7, 2026
Lernen ausprobieren — ohne Konto

Eine echte Lernsitzung, sofort. Ohne Anmeldung.

Problem mit diesem Stapel melden

Wortliste — auf Grammatiknotizen klicken zum Aufklappen

WortÜbersetzungBeispiel
Hallo / GoedemorgenA1
ha-LOH / chu-de-MOR-che
Begroeting bij het binnenkomen van een winkel of café; 'goedemorgen' tot ongeveer twaalf uur.
Synonyme: goedemiddag, dag
Hallo / Guten Morgen Goedemorgen! Een koffie, alstublieft.
Guten Morgen! Einen Kaffee, bitte.
GoedenavondA1
chu-de-NAH-wont
Begroeting vanaf ongeveer zes uur 's avonds, bij aankomst en niet bij het slapengaan.
Guten Abend Goedenavond, heeft u een tafel voor twee?
Guten Abend, haben Sie einen Tisch für zwei?
AlstublieftA1formal
als-tü-BLIEFT
'Alstublieft' vraagt beleefd om iets en wordt ook gezegd als je iemand iets geeft.
Synonyme: alsjeblieft
Bitte / Bitte sehr Een water, alstublieft. – Alstublieft!
Ein Wasser, bitte. – Bitte sehr!
Dank u welA1
dank ü WEL
Woord om te bedanken; het antwoord is 'graag gedaan'. Op een aanbod betekent 'dank u' vaak 'nee'.
Synonyme: bedankt, dank je wel
Vielen Dank Dank u wel! – Graag gedaan.
Vielen Dank! – Gern geschehen.
Pardon / SorryA1
par-DON / SOR-rie (reines „s“)
'Pardon' om aandacht te vragen, 'sorry' om je te verontschuldigen voor iets kleins.
Entschuldigen Sie / Entschuldigung Pardon, mogen wij bestellen? – Ja, natuurlijk.
Entschuldigung, können wir bestellen? – Ja, natürlich.
Mag ik er even langs?A1
mach ik er EH-we langs
Beleefde vraag om ruimte te maken zodat je erdoor of eruit kunt.
Darf ich bitte mal vorbei? Mag ik er even langs? Ik moet eruit. – Ja hoor.
Darf ich bitte mal vorbei? Ich muss hier raus. – Aber klar.
Ja / NeeA1
jah / neh
De twee basisantwoorden; 'nee, dank u' weigert beleefd, 'ja, graag' neemt aan.
Ja / Nein Wilt u een tasje? – Nee, dank u.
Möchten Sie eine Tüte? – Nein, danke.
Spreekt u Engels?A1formal
sprehkt ü ENG-els (reines „s“, kein „sch“)
Beleefde vraag of iemand Engels spreekt; in Nederland is het antwoord bijna altijd ja.
Sprechen Sie Englisch? Pardon, spreekt u Engels? – Ja, natuurlijk.
Entschuldigung, sprechen Sie Englisch? – Ja, natürlich.
Ik begrijp het nietA1
ik be-CHRÄIP et NIET
Zin om te zeggen dat je niet begrijpt wat er gezegd wordt.
Synonyme: ik snap het niet
Ich verstehe das nicht Ik begrijp het niet. Langzamer, alstublieft.
Ich verstehe das nicht. Langsamer, bitte.
Tot ziens / DagA1
tot SIENS / dach
Afscheidsgroet voor mensen die je niet kent; 'dag' is ook een begroeting.
Synonyme: doei, fijne dag nog
Auf Wiedersehen / Tschüss Bedankt, tot ziens! – Dag, fijne dag nog!
Danke, auf Wiedersehen! – Tschüss, schönen Tag noch!
Een tafel voor twee, alstublieftA1
en TAH-fel wohr TWEH, als-tü-BLIEFT
Zin om in een restaurant een tafel te vragen voor een aantal personen.
Einen Tisch für zwei, bitte Goedenavond, een tafel voor twee, alstublieft. – Heeft u gereserveerd?
Guten Abend, einen Tisch für zwei, bitte. – Haben Sie reserviert?
Ik wil graag…A1
ik wil CHRAHCH
Beleefde manier om iets te bestellen of te vragen: 'ik wil graag' plus het gerecht.
Synonyme: mag ik…?
Ich hätte gern… Ik wil graag de dagsoep. Ik wil graag een biertje.
Ich hätte gern die Tagessuppe. Ich hätte gern ein Bier.
De kaart, alstublieftA1
de KAHRT, als-tü-BLIEFT
Vraag om de menukaart; 'het menu' is vaak het vaste dagmenu.
Synonyme: menukaart
Die Speisekarte, bitte De kaart, alstublieft. Heeft u een Engelse kaart?
Die Speisekarte, bitte. Haben Sie eine englische Karte?
Een koffie, alstublieftA1
en KOF-fie, als-tü-BLIEFT
Bestelling van gewone koffie; 'koffie verkeerd' is met veel melk. Een coffeeshop verkoopt geen koffie.
Einen Kaffee, bitte Een koffie en een koffie verkeerd, alstublieft.
Einen Kaffee und einen Milchkaffee, bitte.
Plat of bruisend?A1
plat of BRÖI-sent
Vraag bij water in een restaurant: zonder prik (plat) of met prik (bruisend).
Synonyme: spa blauw / spa rood, kraanwater
Still oder mit Kohlensäure? Plat of bruisend water? – Plat, alstublieft.
Stilles oder sprudelndes Wasser? – Still, bitte.
De rekening, alstublieftA1
de REH-ke-ning, als-tü-BLIEFT
Zin om te vragen of je mag betalen; de rekening komt niet vanzelf.
Synonyme: mogen wij afrekenen?
Die Rechnung, bitte Mogen wij afrekenen? – Ja, samen of apart?
Können wir bitte zahlen? – Ja, zusammen oder getrennt?
Kan ik pinnen?A2
kan ik PIN-ne
Vraag of je met een betaalpas kunt betalen; creditcards worden niet overal geaccepteerd.
Kann ich mit Karte zahlen? Kan ik pinnen? – Ja, graag. Contactloos mag ook.
Kann ich mit Karte zahlen? – Ja, gern. Kontaktlos geht auch.
Proost!A1
prohst
Wat je zegt bij het proosten; kijk elkaar aan bij het klinken.
Prost! Proost! – Proost, op de vakantie!
Prost! – Prost, auf den Urlaub!
Eet smakelijk!A1
eht SMAH-ke-lek (reines „s“)
Wens voor iemand die gaat eten; het antwoord is 'dank u' of 'insgelijks'.
Synonyme: smakelijk
Guten Appetit! Eet smakelijk! – Dank u, insgelijks.
Guten Appetit! – Danke, gleichfalls.
FooiA2
foh-i
Extra geld voor goede bediening; bediening zit al in de prijs, dus afronden is genoeg.
Trinkgeld Wilt u een fooi geven? – Maak er maar twintig van.
Möchten Sie ein Trinkgeld geben? – Machen Sie zwanzig daraus.
Hoeveel kost…?A1
hu-WEHL kost
Vraag naar de prijs van iets.
Synonyme: wat kost het?
Was kostet…? Hoeveel kost dit? Hoeveel kost een kaartje?
Was kostet das? Was kostet eine Fahrkarte?
Dat is te duurA1
dat is te DÜR
Zin om te zeggen dat de prijs te hoog is; afdingen is alleen normaal op rommelmarkten.
Das ist zu teuer Dat is te duur. Toch bedankt.
Das ist zu teuer. Trotzdem danke.
Contant of pinnen?A1
kon-TANT of PIN-ne
Vraag aan de kassa: betalen met contant geld of met de pas.
Bar oder mit Karte? Contant of pinnen? – Pinnen, alstublieft.
Bar oder mit Karte? – Mit Karte, bitte.
Het bonnetje, alstublieftA2
et BON-ne-tje, als-tü-BLIEFT
Vraag om de kassabon; je hoeft hem niet aan te nemen, maar bewaar hem voor ruilen.
Synonyme: de bon, kassabon
Den Kassenbon, bitte Wilt u de bon? – Ja, graag.
Möchten Sie den Bon? – Ja, gern.
Ik kijk alleen even, dank uA1
ik KÄIK a-LEHN EH-we, dank ü
Beleefd antwoord aan de verkoper als je alleen wilt rondkijken.
Ich schaue mich nur um, danke Kan ik u helpen? – Ik kijk alleen even, dank u.
Kann ich Ihnen helfen? – Ich schaue mich nur um, danke.
Dat was het, dank uA1
dat WAS et, dank ü
Zin om te zeggen dat je niets meer wilt, meestal als antwoord op 'anders nog iets?'.
Synonyme: dat is alles
Das wäre alles, danke Anders nog iets? – Nee, dat was het, dank u.
Sonst noch etwas? – Nein, das wäre alles, danke.
Eén van deze, alstublieftA1
EHN wan DEH-se, als-tü-BLIEFT
Zin om iets te bestellen door het aan te wijzen.
Eins davon, bitte Eén van deze, alstublieft. – Voor hier of om mee te nemen?
Eins davon, bitte. – Zum Hieressen oder zum Mitnehmen?
Heeft u…?A1formal
HEHFT ü
Beleefde vraag of een winkel of restaurant iets heeft.
Synonyme: hebben jullie…?
Haben Sie…? Heeft u dit in maat 40? Heeft u een oplader?
Haben Sie das in Größe 40? Haben Sie ein Ladegerät?
Open / GeslotenA1
OH-pe / che-SLOH-te (reines „s“)
De twee bordjes op winkeldeuren; 'koopzondag' is een zondag waarop winkels open zijn.
Geöffnet / Geschlossen Maandag gesloten. Koopzondag: open van 12 tot 17 uur.
Montags geschlossen. Verkaufsoffener Sonntag: von 12 bis 17 Uhr geöffnet.
Uitverkoop / KassaA1
ÖIT-fer-kohp / KAS-sa (reines „s“)
'Uitverkoop' zijn de koopjes, 'korting' is een lagere prijs, 'kassa' is waar je betaalt.
Synonyme: opruiming, korting
Ausverkauf / Kasse Uitverkoop: tot 50% korting. Betalen bij de kassa.
Ausverkauf: bis zu 50 % Rabatt. Zahlen an der Kasse.
Waar is…?A1
wahr is
Vraag om te weten waar iets is.
Wo ist…? Waar is het station? Waar is het toilet?
Wo ist der Bahnhof? Wo ist die Toilette?
Waar is het toilet?A1
wahr is et twa-LET
Vraag om de wc te vinden; 'heren' en 'dames' staan op de deuren.
Synonyme: de wc
Wo ist die Toilette? Pardon, waar is het toilet? – Achterin, links.
Entschuldigung, wo ist die Toilette? – Hinten, links.
Waar is het station?A1
wahr is et sta-SCHON (reines „s“)
Vraag om het treinstation te vinden; 'Centraal' is het hoofdstation.
Wo ist der Bahnhof? Waar is het station? – Rechtdoor, tien minuten lopen.
Wo ist der Bahnhof? – Geradeaus, zehn Minuten zu Fuß.
Een kaartje naar Utrecht, alstublieftA1
en KAHR-tje nahr Ü-trecht, als-tü-BLIEFT
Zin om een treinkaartje naar een bestemming te kopen; inchecken met bankpas kan ook.
Eine Fahrkarte nach Utrecht, bitte Een kaartje naar Utrecht, alstublieft. – Enkele reis of retour?
Eine Fahrkarte nach Utrecht, bitte. – Einfach oder hin und zurück?
Welk spoor?A1
welk SPOHR (reines „s“)
Vraag van welk spoor de trein vertrekt; 'spoor' staat op de borden.
Synonyme: perron
Welches Gleis? Welk spoor voor Rotterdam? – Spoor vier, de intercity.
Welches Gleis nach Rotterdam? – Gleis vier, der Intercity.
Links / rechts / rechtdoorA1
links / rechts / recht-DOHR
De drie richtingwoorden in een routebeschrijving: links, rechts, rechtdoor.
Links / rechts / geradeaus Rechtdoor, dan de tweede straat links.
Geradeaus, dann die zweite Straße links.
Ingang / UitgangA1
IN-chang / ÖIT-chang
De bordjes voor de ingang en de uitgang; 'nooduitgang' is voor noodgevallen.
Eingang / Ausgang Nooduitgang. Geen toegang.
Notausgang. Kein Zutritt.
Duwen / TrekkenA1
DÜ-we / TREK-ke
De woorden op deuren: 'duwen' is van je af, 'trekken' is naar je toe.
Drücken / Ziehen Duwen. – Trekken.
Drücken. – Ziehen.
Inchecken / UitcheckenA2
IN-tschek-ke / ÖIT-tschek-ke
Bij het OV je pas of telefoon scannen bij instappen én uitstappen; vergeten kost een vast bedrag.
Synonyme: OV-chipkaart, OVpay
Einchecken / Auschecken Vergeet niet uit te checken.
Vergessen Sie nicht auszuchecken.
HalteA1
HAL-te
De plek waar bus of tram stopt; 'volgende halte' is de omroep in het voertuig.
Haltestelle Volgende halte: Leidseplein.
Nächste Haltestelle: Leidseplein.
Ik heb een reserveringA1
ik hep en re-ser-WEH-ring
Zin bij het inchecken om te zeggen dat je al geboekt hebt.
Ich habe eine Reservierung Goedenavond, ik heb een reservering op naam van Smith.
Guten Abend, ich habe eine Reservierung auf den Namen Smith.
De sleutel, alstublieftA1
de SLÖ-tel, als-tü-BLIEFT
Vraag om de kamersleutel bij de receptie.
Den Schlüssel, bitte De sleutel, alstublieft. Kamer twaalf. – Alstublieft.
Den Schlüssel, bitte. Zimmer zwölf. – Bitte sehr.
Wat is het wifi-wachtwoord?A1
wat is et WIE-fie WACHT-wohrt
Vraag naar het wachtwoord van het draadloze netwerk.
Wie lautet das WLAN-Passwort? Wat is het wifi-wachtwoord? – Het staat op de bon.
Wie lautet das WLAN-Passwort? – Es steht auf dem Bon.
Hoe laat is het ontbijt?A1
hu LAHT is et ont-BÄIT
Vraag naar de ontbijttijden in een hotel.
Wann gibt es Frühstück? Hoe laat is het ontbijt? – Van zeven tot tien.
Wann gibt es Frühstück? – Von sieben bis zehn.
Help!A1
help (kurzes „e“, laut gerufen)
Roep om hulp in een noodgeval; het alarmnummer is 112.
Hilfe! Help! Bel een ambulance!
Hilfe! Rufen Sie einen Krankenwagen!
Ik heb een dokter nodigA2
ik hep en DOK-ter NOH-dech
Zin om te zeggen dat je een arts nodig hebt; bij spoed bel je 112.
Ich brauche einen Arzt Ik heb een dokter nodig. Ik voel me niet goed.
Ich brauche einen Arzt. Mir geht es nicht gut.
Waar is de apotheek?A1
wahr is de a-po-TEHK
Vraag om de apotheek te vinden; voor pijnstillers en pleisters ga je naar de drogist.
Synonyme: drogist
Wo ist die Apotheke? Waar is de apotheek? – Naast de drogist, op de hoek.
Wo ist die Apotheke? – Neben der Drogerie, an der Ecke.
Kunt u de politie bellen, alstublieft?A2formal
künt ü de po-LIET-sie BEL-le, als-tü-BLIEFT
Beleefd verzoek om de politie te bellen bij een noodgeval of diefstal.
Können Sie bitte die Polizei rufen? Kunt u de politie bellen, alstublieft? Mijn portemonnee is gestolen.
Können Sie bitte die Polizei rufen? Mein Portemonnaie wurde gestohlen.
Ik ben verdwaaldA1
ik ben wer-DWAHLT
Zin om te zeggen dat je de weg kwijt bent.
Synonyme: ik ben de weg kwijt
Ich habe mich verlaufen Ik ben verdwaald. Waar is het Rijksmuseum?
Ich habe mich verlaufen. Wo ist das Rijksmuseum?
Kunt u een taxi bellen, alstublieft?A2formal
künt ü en TAK-sie BEL-le, als-tü-BLIEFT
Beleefd verzoek om een taxi te laten bellen.
Können Sie bitte ein Taxi rufen? Kunt u een taxi bellen, alstublieft? – Natuurlijk, waarheen?
Können Sie bitte ein Taxi rufen? – Natürlich, wohin?
éénA1
ehn
Het getal 1; met accenten om het van 'een' (het lidwoord) te onderscheiden.
eins Eén kaartje, alstublieft.
Eine Fahrkarte, bitte.
tweeA1
tweh (das „w“ fast ein „u“)
Het getal 2.
zwei Een tafel voor twee, alstublieft.
Einen Tisch für zwei, bitte.
drieA1
drie (langes „i“)
Het getal 3.
drei Spoor drie.
Gleis drei.
vierA1
wier
Het getal 4.
vier Met z'n vieren, alstublieft.
Für vier Personen, bitte.
vijfA1
wäif
Het getal 5.
fünf Dat is vijf euro.
Das macht fünf Euro.
zesA1
sess (stimmhaftes „s“ am Anfang)
Het getal 6.
sechs We eten om zes uur.
Wir essen um sechs Uhr.
zevenA1
SEH-we
Het getal 7.
sieben Het ontbijt is om zeven uur.
Das Frühstück ist um sieben Uhr.
achtA1
acht (raues „ch“)
Het getal 8.
acht De trein vertrekt om acht uur.
Der Zug fährt um acht Uhr ab.
negenA1
NEH-che
Het getal 9.
neun Kamer negen.
Zimmer neun.
tienA1
tien (langes „i“)
Het getal 10.
zehn Tien minuten lopen.
Zehn Minuten zu Fuß.

DocumentationPublic DecksAnki AlternativeContactPrivacyTerms