Dutch words for work and education (CEFR B1). Career, job interviews, office, university, presentations, and professional skills.
A real study session, right now. No signup.
| Word | Translation | Example |
|---|---|---|
| de carrière "carrière maken" = climb the ladder — al kiezen veel Nederlanders bewust voor parttime! | the career | Ze heeft een succesvolle carrière in de marketing. She has a successful career in marketing. |
| het sollicitatiegesprek Het-woord: "een sollicitatiegesprek hebben" — wees op tijd en wees direct! | the job interview | Ik heb morgen een sollicitatiegesprek bij een groot bedrijf. I have a job interview at a large company tomorrow. |
| het cv Het-woord: "je cv opsturen" = send your CV — kort en zakelijk in Nederland! | the CV / resume | Stuur je cv en motivatiebrief naar de afdeling personeelszaken. Send your CV and cover letter to the HR department. |
| de motivatiebrief "een motivatiebrief schrijven" — waarom jij, waarom dit bedrijf! | the cover letter | In je motivatiebrief leg je uit waarom je geschikt bent. In your cover letter you explain why you are suitable. |
| de promotie "promotie maken" = get promoted; aan de universiteit: promoveren = PhD halen! | the promotion | Na drie jaar kreeg ze eindelijk een promotie. After three years she finally got a promotion. |
| de vaardigheid "communicatieve vaardigheden" = communication skills — op elk cv! | the skill | Communicatieve vaardigheden zijn belangrijk voor deze functie. Communication skills are important for this position. |
| de functie "een leidinggevende functie" = a management position; "de functie van…". | the position / function | Hij heeft een nieuwe functie als projectleider. He has a new position as project leader. |
| de opleiding "een opleiding volgen" = pursue an education; "mbo, hbo, wo" — de Nederlandse niveaus! | the education / training | Welke opleiding heb je gevolgd? What education have you completed? |
| de universiteit "aan de universiteit studeren" — wetenschappelijk onderwijs (wo). | the university | Ze studeert rechten aan de universiteit van Amsterdam. She studies law at the University of Amsterdam. |
| de hogeschool Het hbo — praktischer dan de universiteit; typisch Nederlands onderscheid! | the university of applied sciences | Op de hogeschool leer je een beroep in de praktijk. At the university of applied sciences you learn a profession in practice. |
| het diploma Het-woord: "je diploma halen" = get your degree — met de vlag uit! | the diploma / degree | Zonder diploma is het moeilijk om werk te vinden. Without a diploma it is difficult to find work. |
| het certificaat Het-woord: "een certificaat behalen" = obtain a certificate. | the certificate | Na de cursus ontvang je een certificaat. After the course you receive a certificate. |
| de presentatie "een presentatie geven" = give a presentation — met de beamer aan! | the presentation | Ik moet volgende week een presentatie geven. I have to give a presentation next week. |
| de afdeling "de afdeling verkoop" = the sales department; "op welke afdeling werk je?" | the department | Ik werk op de afdeling financiën. I work in the finance department. |
| het ontslag Het-woord: "ontslag krijgen" = get fired; "ontslag nemen" = quit! | the dismissal / firing | Hij kreeg ontslag vanwege de reorganisatie. He was fired because of the reorganization. |
| ontslaan Verleden: ontsloeg, ontslagen. "Hij is ontslagen." = he was fired. | to fire / to dismiss | Het bedrijf heeft twintig werknemers ontslagen. The company fired twenty employees. |
| het loon Het-woord: "het minimumloon" = minimum wage; "loon naar werken"! Synonyms: het salaris | the wage / pay | Het minimumloon is dit jaar gestegen. The minimum wage has risen this year. |
| het pensioen Het-woord: "met pensioen gaan" = retire — het Nederlandse pensioenstelsel is wereldberoemd! | the pension / retirement | Mijn vader gaat volgend jaar met pensioen. My father is retiring next year. |
| de stage "stage lopen" = do an internship — uitspraak op z'n Frans: [staazje]! | the internship | Ik doe een stage bij een advocatenkantoor. I am doing an internship at a law firm. |
| de arbeidsvoorwaarden Meervoud: "goede arbeidsvoorwaarden" — salaris, vakantiedagen, pensioen, leaseauto! | the working conditions / terms of employment | De arbeidsvoorwaarden staan in het contract. The terms of employment are in the contract. |
| het overleg Het-woord: "in overleg met" = in consultation with — het poldermodel in één woord: overleggen tot iedereen het eens is! | the consultation / meeting | We hebben wekelijks overleg met het team. We have a weekly consultation with the team. |
| de agenda "in mijn agenda kijken" — heilig in Nederland! "op de agenda staan" = on the agenda. | the agenda / diary | Ik zet de afspraak in mijn agenda. I put the appointment in my diary. |
| de samenwerking "een goede samenwerking" = a good collaboration. Samen + werken! | the collaboration / cooperation | De samenwerking tussen de twee afdelingen verloopt goed. The collaboration between the two departments is going well. |
| samenwerken "goed kunnen samenwerken" — dé soft skill op elke vacature! | to collaborate / to work together | We moeten beter samenwerken om de deadline te halen. We need to collaborate better to meet the deadline. |
| de verantwoordelijkheid "verantwoordelijkheid nemen" = take responsibility — lang woord, groot begrip! | the responsibility | In deze functie heb je veel verantwoordelijkheid. In this position you have a lot of responsibility. |
| verantwoordelijk "verantwoordelijk voor" = responsible for. | responsible | Wie is verantwoordelijk voor dit project? Who is responsible for this project? |
| ervaren "een ervaren collega" = an experienced colleague; ook werkwoord: ervaren = to experience! | experienced | We zoeken een ervaren programmeur. We are looking for an experienced programmer. |
| de vacature "op een vacature reageren" = respond to a job opening — via LinkedIn of Indeed! | the job vacancy | Er staan veel vacatures op de website. There are many job vacancies on the website. |
| het verlof Het-woord: "ouderschapsverlof" = parental leave; "verlof opnemen" = take leave. | the leave / time off | Ik heb verlof aangevraagd voor volgende week. I requested leave for next week. |
| de werkplek "een flexibele werkplek" = a flex desk — het kantoortuinleven! | the workplace | Een schone werkplek is belangrijk voor de concentratie. A clean workplace is important for concentration. |
| thuiswerken "twee dagen thuiswerken" — sinds corona de Nederlandse norm: hybride! | to work from home | Sinds de pandemie werk ik twee dagen per week thuis. Since the pandemic I work from home two days a week. |
| het verslag Het-woord: "een verslag schrijven" = write a report; "verslag uitbrengen" = to report. | the report | Ik moet het verslag voor vrijdag afmaken. I have to finish the report by Friday. |
| de opdracht "een opdracht uitvoeren" = carry out an assignment; "in opdracht van" = commissioned by. | the assignment / task | De leraar geeft de studenten een nieuwe opdracht. The teacher gives the students a new assignment. |
| het onderzoek Het-woord: "onderzoek doen naar" = do research on; "uit onderzoek blijkt…" = research shows… | the research | Ze doet onderzoek naar klimaatverandering. She does research on climate change. |
| onderzoeken Verleden: onderzocht. "een probleem onderzoeken" = investigate a problem. | to research / to investigate | De wetenschappers onderzoeken nieuwe behandelmethoden. The scientists are researching new treatment methods. |
| de scriptie "je scriptie schrijven" = write your thesis — de eindsprint van de studie! | the thesis | Ik schrijf mijn scriptie over kunstmatige intelligentie. I am writing my thesis on artificial intelligence. |
| het tentamen Het-woord: "een tentamen halen" = pass an exam — de tentamenweek is stressweek! | the exam (university) | Het tentamen bestaat uit open vragen. The exam consists of open questions. |
| slagen "slagen voor je examen" = pass your exam — "Geslaagd!" en de vlag gaat uit! | to pass (an exam) | Ik ben geslaagd voor mijn rijexamen! I passed my driving exam! |
| zakken "zakken voor je rijexamen" = fail your driving test — volgende keer beter! | to fail (an exam) | Helaas ben ik gezakt voor het tentamen. Unfortunately I failed the exam. |
| het cijfer Het-woord: cijfers van 1-10; een 6 = voldoende — de beroemde Nederlandse zesjescultuur! | the grade / mark | Ik heb een acht als cijfer voor wiskunde. I got an eight as a grade for mathematics. |
| de beoordeling "een goede beoordeling krijgen" = get a good review. | the assessment / evaluation | De beoordeling van je werk is positief. The assessment of your work is positive. |
| beoordelen "werk beoordelen" = assess work; "beoordeel zelf!" = judge for yourself! | to assess / to evaluate | De manager beoordeelt de prestaties van het team. The manager evaluates the team's performance. |
| de studie "een studie kiezen" = choose a degree program; "naast je studie werken". | the study / studies | Welke studie volg je aan de universiteit? What study are you following at the university? |
| het studiejaar Het-woord: "het eerste studiejaar" — start in september! | the academic year | Het studiejaar begint in september. The academic year starts in September. |
| de docent "de docent Nederlands" — op hbo en universiteit; op school: de leraar! | the lecturer / instructor | De docent legt de stof duidelijk uit. The lecturer explains the material clearly. |
| het college Het-woord: "college volgen" = attend lectures; "het hoorcollege" = de grote zaal! | the lecture | Het college over filosofie is heel interessant. The lecture on philosophy is very interesting. |
| het semester Het-woord: "het eerste semester" — twee per studiejaar. | the semester | Het tweede semester begint in februari. The second semester starts in February. |
| de toets "een toets maken" = take a test; ook: de toets op je toetsenbord = key! | the test | Volgende week hebben we een toets over hoofdstuk drie. Next week we have a test on chapter three. |
| het rooster Het-woord: "het lesrooster" = the class schedule; "volgens rooster". | the schedule / timetable | Het rooster voor het nieuwe semester is gepubliceerd. The schedule for the new semester has been published. |
| de workshop "een workshop volgen" = attend a workshop. | the workshop | We volgen een workshop over leiderschap. We are attending a workshop on leadership. |
| de training "een training volgen" — op het werk of bij de sportclub! | the training (course) | Het bedrijf biedt een training aan voor nieuwe medewerkers. The company offers training for new employees. |
| de medewerker "de medewerkers van het bedrijf" — mede + werker: letterlijk co-worker! | the employee / staff member | Alle medewerkers krijgen een kerstbonus. All staff members receive a Christmas bonus. |
| de directeur "de directeur van de school" = the principal; van het bedrijf = the director! | the director | De directeur maakt de belangrijke beslissingen. The director makes the important decisions. |
| het management Het-woord: "het hogere management" — Engels leenwoord, overal in het bedrijfsleven. | the management | Het management heeft besloten om te reorganiseren. Management has decided to reorganize. |
| de ondernemer "een succesvolle ondernemer" — van marktkraam tot multinational! | the entrepreneur | Ze is een succesvolle ondernemer met drie bedrijven. She is a successful entrepreneur with three companies. |
| de zzp'er Zelfstandige Zonder Personeel — dé Nederlandse freelancer; ruim een miljoen zzp'ers! | the freelancer / self-employed person | Als zzp'er moet je zelf je belasting regelen. As a freelancer you have to arrange your own taxes. |
| de belasting "belasting betalen" — de Belastingdienst: "Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker!" | the tax | Iedereen moet belasting betalen over zijn inkomen. Everyone has to pay tax on their income. |
| het inkomen Het-woord: "een vast inkomen" = a steady income; "inkomstenbelasting" = income tax. | the income | Het gemiddelde inkomen in Nederland is vrij hoog. The average income in the Netherlands is quite high. |
| de winst "winst maken" = make a profit. Tegenovergestelde: het verlies. | the profit | Het bedrijf maakte vorig jaar veel winst. The company made a lot of profit last year. |
| het verlies Het-woord: "verlies draaien" = run at a loss; ook bij sport: "een zwaar verlies"! | the loss | Het bedrijf leed een groot verlies in het eerste kwartaal. The company suffered a big loss in the first quarter. |
| het budget Het-woord: "binnen het budget blijven" = stay within budget. | the budget | We moeten binnen het budget blijven. We have to stay within the budget. |
| investeren "investeren in" = invest in: "in jezelf investeren"! | to invest | Het bedrijf investeert in nieuwe technologie. The company invests in new technology. |
| de efficiëntie "de efficiëntie verhogen" = increase efficiency — met trema: ë! | the efficiency | We moeten de efficiëntie op kantoor verbeteren. We need to improve efficiency at the office. |
| efficiënt "efficiënt werken" = work efficiently — de Nederlandse vergadercultuur droomt ervan! | efficient | Deze werkwijze is veel efficiënter. This method of working is much more efficient. |
| de strategie "een nieuwe strategie" = a new strategy; "de strategie bepalen". | the strategy | Het bedrijf heeft een nieuwe marketingstrategie. The company has a new marketing strategy. |
| analyseren "data analyseren" = analyze data. | to analyze | We moeten de verkoopgegevens zorgvuldig analyseren. We need to carefully analyze the sales data. |
| de analyse "een grondige analyse" = a thorough analysis. | the analysis | De analyse van de resultaten is bijna klaar. The analysis of the results is almost finished. |
| productief "een productieve dag" = a productive day — veel gedaan! | productive | Ik ben het meest productief in de ochtend. I am most productive in the morning. |
| de planning "de planning halen" = stay on schedule; "een strakke planning" — heilig in Nederland! | the planning / schedule | De planning voor het project is strak. The schedule for the project is tight. |
| organiseren "een evenement organiseren" = organize an event. | to organize | Wie organiseert het bedrijfsuitje? Who is organizing the company outing? |
| coördineren "het project coördineren" — met trema: coördineren! | to coordinate | Zij coördineert de activiteiten van het team. She coordinates the team's activities. |
| delegeren "taken delegeren" = delegate tasks — een goede baas kan het! | to delegate | Een goede manager weet wanneer hij moet delegeren. A good manager knows when to delegate. |
| motiveren "het team motiveren" = motivate the team; "je keuze motiveren" = justify your choice! | to motivate | De coach weet hoe hij zijn team moet motiveren. The coach knows how to motivate his team. |
| de motivatie "de motivatie verliezen" = lose motivation; "wat is je motivatie?" — sollicitatievraag! | the motivation | Mijn motivatie om te leren is heel groot. My motivation to learn is very great. |
| de prestatie "een topprestatie" = a top performance; "onder druk presteren". | the performance / achievement | Zijn prestaties op school zijn uitstekend. His performance at school is excellent. |
| presteren "goed presteren" = perform well — de prestatiemaatschappij! | to perform | Ze presteert goed onder druk. She performs well under pressure. |
| de burn-out "een burn-out krijgen" — serieus genomen in Nederland: rust en herstel eerst! | the burnout | Steeds meer mensen krijgen een burn-out door werkstress. More and more people get burnout from work stress. |
| de werkdruk Werk + druk: "hoge werkdruk" = high work pressure. | the workload / work pressure | De werkdruk is de laatste maanden erg hoog. The workload has been very high in recent months. |
| de balans "de balans tussen werk en privé" = work-life balance — Nederland scoort er wereldtop in! | the balance | Het is belangrijk om een goede balans te vinden tussen werk en privé. It is important to find a good balance between work and private life. |
| flexibel "flexibele werktijden" = flexible hours; "flexibel zijn". | flexible | Onze werktijden zijn heel flexibel. Our working hours are very flexible. |
| de werktijd "vaste werktijden" = fixed hours — van negen tot vijf, en dan náár huis! | the working hours | Mijn werktijden zijn van negen tot vijf. My working hours are from nine to five. |
| het overwerk Het-woord: "overwerk wordt uitbetaald" — of je krijgt tijd-voor-tijd! | the overtime | Overwerk wordt extra betaald. Overtime is paid extra. |
| de ontwikkeling "persoonlijke ontwikkeling" = personal development; "de ontwikkelingen volgen". | the development | Persoonlijke ontwikkeling is belangrijk in je carrière. Personal development is important in your career. |
| ontwikkelen "nieuwe producten ontwikkelen" = develop new products; "zich ontwikkelen" = grow! | to develop | Het team ontwikkelt nieuwe software. The team is developing new software. |
| de bijscholing "bijscholing volgen" = take further training — een leven lang leren! | the further training / continuing education | Het bedrijf betaalt voor bijscholing van werknemers. The company pays for further training of employees. |
| de vaste baan "een vast contract" = de heilige graal van de arbeidsmarkt! | the permanent job | Na twee jaar kreeg hij een vaste baan. After two years he got a permanent job. |
| het tijdelijk contract Het-woord: "eerst een tijdelijk contract" — daarna hopelijk vast! | the temporary contract | Ik heb een tijdelijk contract voor zes maanden. I have a temporary contract for six months. |
| de proeftijd "één maand proeftijd" — proef + tijd: beide kanten mogen nog stoppen. | the probation period | De proeftijd duurt twee maanden. The probation period lasts two months. |
| het functioneringsgesprek Het-woord: het jaarlijkse gesprek met je leidinggevende — over doelen en ontwikkeling. | the performance review | Mijn functioneringsgesprek is volgende maand. My performance review is next month. |
| de feedback "feedback geven en ontvangen" — de Nederlandse feedback is befaamd direct! | the feedback | Ik waardeer je eerlijke feedback. I appreciate your honest feedback. |
| de competentie "competenties ontwikkelen" = develop competencies — hr-taal voor vaardigheden! | the competence / competency | Welke competenties zijn nodig voor deze functie? Which competencies are needed for this position? |
| competent "een competente collega" = a competent colleague. Synonyms: bekwaam | competent | Ze is een zeer competente medewerker. She is a very competent employee. |
| de sector "de zorgsector", "de publieke sector" = public sector. Synonyms: de branche | the sector / industry | De zorgsector heeft veel personeel nodig. The healthcare sector needs a lot of staff. |
| de economie "de Nederlandse economie" — handelsland sinds de Gouden Eeuw! | the economy | De economie groeit langzaam dit jaar. The economy is growing slowly this year. |
| de werkloosheid "de werkloosheid daalt" = unemployment is falling. | the unemployment | De werkloosheid onder jongeren is een probleem. Unemployment among young people is a problem. |
| werkloos "werkloos raken" = become unemployed — dan is er de WW-uitkering. | unemployed | Hij is al drie maanden werkloos. He has been unemployed for three months. |
| de uitkering "een uitkering krijgen" — WW, bijstand: het Nederlandse vangnet. | the benefit / allowance | Hij ontvangt een werkloosheidsuitkering. He receives an unemployment benefit. |
| het bijbaantje Het-woord: "een bijbaantje in de supermarkt" — elke Nederlandse scholier vakkenvullen! | the side job / part-time job | Veel studenten hebben een bijbaantje. Many students have a side job. |
| de sollicitatie "een sollicitatie versturen" = send an application. Van solliciteren. | the job application | Ik heb al tien sollicitaties verstuurd. I have already sent ten job applications. |
| aannemen Scheidbaar: "Ze hebben me aangenomen!" = they hired me! Ook: "de telefoon aannemen"! | to hire / to accept | Het bedrijf heeft besloten mij aan te nemen. The company has decided to hire me. |
| de kandidaat "de beste kandidaat" = the best candidate — voor de baan of de verkiezing! | the candidate | Er zijn veel kandidaten voor deze functie. There are many candidates for this position. |
| de referentie "referenties opgeven" = provide references — je oude baas mag bellen! | the reference | Kun je twee referenties opgeven? Can you provide two references? |
| de kwalificatie "de juiste kwalificaties" = the right qualifications. | the qualification | Welke kwalificaties heb je voor deze baan? What qualifications do you have for this job? |
| gekwalificeerd "gekwalificeerd personeel" = qualified staff. Synonyms: bekwaam | qualified | Ze is goed gekwalificeerd voor de functie. She is well qualified for the position. |
| de leider "een geboren leider" = a born leader; in het bedrijf: de leidinggevende! | the leader | Een goede leider luistert naar zijn team. A good leader listens to his team. |
| het leiderschap Het-woord: "leiderschap tonen" = show leadership. | the leadership | Leiderschap kun je leren door ervaring. Leadership can be learned through experience. |
| het netwerken Het-woord: "het netwerken op een borrel" — visitekaartjes en oppervlakkige praatjes! | the networking | Netwerken is belangrijk voor je carrière. Networking is important for your career. |
| het bedrijfsleven Het-woord: "in het bedrijfsleven werken" = work in the corporate world. | the business world | In het bedrijfsleven is flexibiliteit essentieel. In the business world flexibility is essential. |
| de onderhandeling "in onderhandeling zijn" = to be in negotiation. | the negotiation | De onderhandelingen over het salaris duurden lang. The salary negotiations took a long time. |
| onderhandelen "over het salaris onderhandelen" = negotiate salary — Nederlanders doen het graag zakelijk! | to negotiate | Je mag altijd onderhandelen over je salaris. You may always negotiate your salary. |
| het beroep Het-woord: "Wat is je beroep?" = what's your profession? "een vrij beroep". | the profession / occupation | Welk beroep wil je later uitoefenen? Which profession do you want to pursue later? |
| professioneel "professioneel blijven" = stay professional; "een professionele e-mail". | professional | Haar presentatie was heel professioneel. Her presentation was very professional. |
| de collega's "gezellige collega's" — de vrijmibo met collega's is heilig! | the colleagues | Ik ga vanavond uit eten met collega's. I am going out for dinner with colleagues tonight. |
| het teamwork Het-woord: "teamwork makes the dream work" — ook in het Nederlands geleend! | the teamwork | Goed teamwork is essentieel voor het slagen van dit project. Good teamwork is essential for the success of this project. |
| de communicatie "open communicatie" = open communication — direct en eerlijk, op z'n Nederlands! | the communication | Goede communicatie voorkomt misverstanden. Good communication prevents misunderstandings. |
| communiceren "duidelijk communiceren" = communicate clearly. | to communicate | Het is belangrijk om duidelijk te communiceren. It is important to communicate clearly. |
| de deelnemer "de deelnemers aan de cursus" = the course participants. Van deelnemen! | the participant | Alle deelnemers moeten zich van tevoren aanmelden. All participants must register in advance. |
| de cursist "de cursisten van de taalcursus" — jij dus, als je Nederlands leert! | the course participant | Er zijn twintig cursisten in de groep. There are twenty course participants in the group. |
| de studierichting "een studierichting kiezen" = choose a major — studie + richting! | the field of study | Welke studierichting heb je gekozen? Which field of study have you chosen? |
| afstuderen Scheidbaar: "Ik studeer volgend jaar af." = I graduate next year — studeren…af! | to graduate | Ik studeer volgend jaar af. I will graduate next year. |
| de master "een master doen" = do a master's — na de bachelor, meestal één jaar in Nederland! | the master's degree | Na mijn bachelor wil ik een master doen. After my bachelor's I want to do a master's. |
| de bachelor "de bachelor halen" — drie jaar universiteit of vier jaar hbo! | the bachelor's degree | Ik heb een bachelor in psychologie. I have a bachelor's in psychology. |
| het vak Het-woord: "mijn favoriete vak" = my favorite subject; ook: "een vak leren" = learn a trade! | the subject / course | Wiskunde is mijn favoriete vak. Mathematics is my favorite subject. |
| de wiskunde "goed in wiskunde" = good at math — wis + kunde: zekere kennis! | the mathematics | Wiskunde is een verplicht vak op school. Mathematics is a compulsory subject at school. |
| de wetenschap "de moderne wetenschap" = modern science; weten + schap! | the science | De wetenschap heeft veel vooruitgang geboekt. Science has made a lot of progress. |
| wetenschappelijk "wetenschappelijk onderzoek" = scientific research; "wetenschappelijk onderwijs" = de universiteit! | scientific | Het artikel is gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. The article was published in a scientific journal. |
| de kennis "kennis opdoen" = gain knowledge; "Kennis is macht!" Ook: een kennis = an acquaintance! | the knowledge | Kennis van het Nederlands is vereist voor deze baan. Knowledge of Dutch is required for this job. |
| de schoolvakantie "de zomervakantie" — zes weken; de regio's spreiden om files te voorkomen! | the school vacation | De schoolvakantie duurt zes weken in de zomer. The school vacation lasts six weeks in the summer. |
| het klaslokaal Het-woord: klas + lokaal: "in het klaslokaal" = in the classroom. | the classroom | Het klaslokaal is uitgerust met een smartboard. The classroom is equipped with a smartboard. |
| de leerling "leerlingen op de basisschool" — op school: leerling; op de uni: student! | the pupil / student (school) | Er zitten dertig leerlingen in de klas. There are thirty pupils in the class. |
| het onderwijs Het-woord: "goed onderwijs" = good education; "het onderwijssysteem". | the education (system) | Het Nederlandse onderwijs is van hoog niveau. Dutch education is of a high level. |
| de stageplaats "een stageplaats zoeken" = look for an internship — stage + plaats! | the internship position | Het is moeilijk om een goede stageplaats te vinden. It is difficult to find a good internship position. |
| de werkervaring "relevante werkervaring" = relevant work experience — werk + ervaring! | the work experience | Werkervaring is vaak belangrijker dan een diploma. Work experience is often more important than a diploma. |
| het inwerken Het-woord: "het inwerken duurt twee weken" — nieuwe collega's worden ingewerkt! | the onboarding / training period | Het inwerken duurt ongeveer twee weken. The onboarding takes about two weeks. |
| de innovatie "innovatie stimuleren" — Nederland: klein land, grote innovaties (van dijken tot chips)! | the innovation | Innovatie is de sleutel tot succes in deze sector. Innovation is the key to success in this sector. |
| innovatief "een innovatief bedrijf" = an innovative company. | innovative | Het bedrijf staat bekend om zijn innovatieve aanpak. The company is known for its innovative approach. |
| de aanpak "een praktische aanpak" = a practical approach — typisch Nederlands: gewoon dóén! | the approach | We moeten een andere aanpak kiezen. We need to choose a different approach. |
| implementeren "een nieuw systeem implementeren" = implement a new system. Synonyms: invoeren | to implement | Het plan wordt volgende maand geïmplementeerd. The plan will be implemented next month. |
| verbeteren "processen verbeteren" = improve processes; "je Nederlands verbeteren" — bezig! | to improve | We moeten de klantenservice verbeteren. We need to improve customer service. |
| de verbetering "een grote verbetering" = a big improvement; "ruimte voor verbetering"! | the improvement | Er is veel verbetering mogelijk in dit proces. There is much room for improvement in this process. |
| de arbeidsmarkt "krapte op de arbeidsmarkt" = labor shortage — arbeid + markt. | the labor market | De arbeidsmarkt is op dit moment heel krap. The labor market is very tight at this moment. |
| de doelstelling "doelstellingen behalen" = achieve targets — doel + stelling. Synonyms: het doel | the objective / target | We hebben onze doelstellingen voor dit jaar behaald. We have achieved our objectives for this year. |
| behalen "je diploma behalen" = obtain your degree; "resultaten behalen". Synonyms: halen | to achieve / to obtain | Ze heeft haar diploma cum laude behaald. She obtained her diploma cum laude. |
| de studiepunten Meervoud: "60 studiepunten per jaar" — de EC's (ECTS) van het studiejaar! | the study credits | Je hebt zestig studiepunten nodig per jaar. You need sixty study credits per year. |
| de basisschool "naar de basisschool" — groep 1 t/m 8, van 4 tot 12 jaar! | the primary school | Kinderen gaan naar de basisschool vanaf vier jaar. Children go to primary school from age four. |
| de middelbare school Na groep 8: vmbo, havo of vwo — het advies bepaalt de route! | the secondary school | Op de middelbare school kies je je vakken. At secondary school you choose your subjects. |
| het schooladvies Het-woord: het advies in groep 8 — vmbo, havo of vwo? Groot moment voor elk kind! | the school recommendation | Het schooladvies bepaalt naar welk niveau je gaat. The school recommendation determines which level you go to. |
| het niveau Het-woord: "op hoog niveau" = at a high level; "taalniveau B1" — waar jij nu zit! | the level | Je taalniveau is al behoorlijk goed. Your language level is already quite good. |
| het rapport Het-woord: "een mooi rapport" = a good report card; op werk: het rapport = the report! | the report card | Mijn zoon kwam blij thuis met zijn rapport. My son came home happy with his report card. |
| de begeleider "de scriptiebegeleider" = thesis supervisor. Van begeleiden. | the supervisor / mentor | Mijn begeleider helpt mij bij mijn scriptie. My supervisor helps me with my thesis. |
| begeleiden "studenten begeleiden" = supervise students; "iemand begeleiden naar" = accompany! | to supervise / to guide | De docent begeleidt de studenten tijdens hun stage. The instructor guides the students during their internship. |
| de samenvatting "een samenvatting maken" = make a summary — samen + vatten! | the summary | Ik maak altijd een samenvatting van elk hoofdstuk. I always make a summary of each chapter. |
| samenvatten Scheidbaar: "Ik vat het even samen." = let me summarize — vatten…samen! | to summarize | Kun je het hoofdpunt samenvatten? Can you summarize the main point? |
| promoveren "promoveren aan de universiteit" = earn a PhD; bij voetbal: naar de eredivisie promoveren! | to get promoted / to earn a PhD | Na vijf jaar onderzoek is zij gepromoveerd. After five years of research she earned her PhD. |
| specialiseren "zich specialiseren in" = specialize in: "Ik specialiseer me in marketing." | to specialize | Hij specialiseert zich in arbeidsrecht. He specializes in labor law. |
| lesgeven Scheidbaar: "Zij geeft les op een basisschool." — geven…les! | to teach | Zij geeft les aan de basisschool. She teaches at the primary school. |
| evalueren "het project evalueren" = evaluate the project — de evaluatie hoort erbij! Synonyms: beoordelen | to evaluate | De docent evalueert het werk van de studenten. The instructor evaluates the students' work. |
| functioneren "goed functioneren" = function well — vandaar het functioneringsgesprek! | to function / to perform | Hij functioneert goed onder druk. He performs well under pressure. |
| inschrijven Scheidbaar: "zich inschrijven voor" = register for: "Ik schrijf me in." | to enroll / to register | Je moet je op tijd inschrijven voor de cursus. You need to register for the course on time. |
| presenteren "de resultaten presenteren" = present the results. | to present | Ik presenteer mijn ideeën aan het team. I present my ideas to the team. |
| vergaderen "de hele ochtend vergaderen" — de Nederlandse volkssport op kantoor! | to have a meeting | We vergaderen elke maandag om tien uur. We have a meeting every Monday at ten o'clock. |
| overleggen "even overleggen met" = consult with — het poldermodel-werkwoord! | to consult / to discuss | Laten we even overleggen met de collega's. Let's briefly consult with our colleagues. |
| bijscholen Scheidbaar: "zich bijscholen" = upskill — bij + scholen: erbij leren! | to retrain / to upskill | Werknemers moeten zich regelmatig bijscholen. Employees must regularly upskill. |
| bevorderen "de samenwerking bevorderen" = promote cooperation; op school: bevorderd naar de volgende klas! | to promote / to advance | Het bedrijf bevordert interne groei. The company promotes internal growth. |
| bereiken "je doel bereiken" = reach your goal; "telefonisch bereikbaar" = reachable by phone! | to reach / to achieve | We hebben ons doel bereikt. We have reached our goal. |
| aansturen Scheidbaar: "een team aansturen" = manage a team — sturen…aan! | to manage / to lead | Zij stuurt een team van tien mensen aan. She leads a team of ten people. |
| ambitieus "ambitieuze plannen" = ambitious plans — maar doe wel normaal! | ambitious | Ze is heel ambitieus en werkt hard. She is very ambitious and works hard. |
| zelfstandig "zelfstandig werken" = work independently; "zelfstandige" = self-employed (de zzp'er)! | independent / self-employed | Zij werkt als zelfstandig ondernemer. She works as an independent entrepreneur. |
| veeleisend "een veeleisende baan" = a demanding job — veel + eisend! | demanding | Het is een veeleisende baan. It is a demanding job. |
| gestructureerd "gestructureerd werken" = work in a structured way. | structured / organized | Ze werkt heel gestructureerd en overzichtelijk. She works in a very structured and organized way. |
| gemotiveerd "een gemotiveerde student" = a motivated student. | motivated | De studenten zijn heel gemotiveerd. The students are very motivated. |
| bekwaam "een bekwame vakman" = a skilled professional. Synonyms: competent | competent / capable | Zij is een bekwame lerares. She is a competent teacher. |
| parttime "parttime werken" — Nederland is wereldkampioen deeltijdwerk! Ook: in deeltijd. Synonyms: in deeltijd | part-time | Ik werk parttime, drie dagen per week. I work part-time, three days per week. |
| fulltime "een fulltime baan" = a full-time job — 36 tot 40 uur in Nederland. Synonyms: voltijds | full-time | Hij werkt fulltime bij een bank. He works full-time at a bank. |
| tijdelijk "een tijdelijke oplossing" = a temporary solution; "tijdelijk gesloten". | temporary | Het is een tijdelijk contract. It is a temporary contract. |
| vast "een vast contract" = a permanent contract; "vaste klanten" = regulars! | permanent / fixed | Ik heb een vast contract. I have a permanent contract. |
| academisch "een academische opleiding" = a university education. | academic | Hij heeft een academische opleiding. He has an academic education. |
| theoretisch "theoretische kennis" = theoretical knowledge; "het theorie-examen" voor je rijbewijs! | theoretical | De opleiding is zowel theoretisch als praktisch. The education is both theoretical and practical. |
| praktisch "praktische ervaring" = practical experience; "Praktisch!" = handy — hét Nederlandse compliment! Synonyms: handig | practical | De stage is heel praktisch. The internship is very practical. |
| deskundig "deskundig advies" = expert advice. De deskundige = the expert! | expert / knowledgeable | We hebben deskundig personeel nodig. We need expert staff. |
| geschikt "geschikt voor de functie" = suitable for the position. | suitable / qualified | Ben jij geschikt voor deze functie? Are you suitable for this position? |
| stressvol "een stressvolle periode" = a stressful period — tijd voor balans! | stressful | Dit werk is heel stressend. This work is very stressful. |
| op zoek naar werk "Ik ben op zoek naar werk." = I'm looking for a job. | looking for work | Ik ben op zoek naar een nieuwe baan. I am looking for a new job. |
| met pensioen gaan "volgend jaar met pensioen gaan" = retire next year — de AOW-leeftijd schuift op! | to retire | Hij gaat volgend jaar met pensioen. He is going to retire next year. |
| een opleiding volgen "een opleiding tot verpleegkundige volgen" = train to be a nurse. | to pursue an education / to take a course | Zij volgt een opleiding tot verpleegkundige. She is pursuing an education to become a nurse. |
| ervaring opdoen "ervaring opdoen in het buitenland" = gain experience abroad. | to gain experience | Tijdens de stage doe je veel ervaring op. During the internship you gain a lot of experience. |
| aan de slag "Aan de slag!" = let's get to work! "aan de slag gaan met" = get started on. | getting to work / getting started | We gaan meteen aan de slag. We get to work right away. |
| stage lopen "stage lopen bij een bedrijf" = intern at a company — lopen, letterlijk! | to do an internship | Ik loop stage bij een advocatenkantoor. I am doing an internship at a law firm. |
| van plan zijn "Wat ben je van plan?" = what are you planning? "Ik ben van plan om…" | to plan / to intend | Ik ben van plan om te solliciteren. I plan to apply. |
| onder druk "goed onder druk werken" = work well under pressure — cv-klassieker! | under pressure | Ik werk goed onder druk. I work well under pressure. |
| cum laude "cum laude afstuderen" = graduate with honors — gemiddeld een 8 of hoger! | with honors | Zij is cum laude afgestudeerd. She graduated with honors. |
| in dienst vanformal "in dienst van de gemeente" = employed by the municipality; "in dienst treden" = join! | employed by | Zij is in dienst van de overheid. She is employed by the government. |
| op de werkvloer "op de werkvloer leren" = learn on the job — waar het écht gebeurt! | on the work floor / in practice | Je leert het meeste op de werkvloer. You learn the most on the work floor. |
| opleiden Iemand de kennis en vaardigheden geven voor een beroep. | to train / to educate | Het bedrijf leidt nieuwe medewerkers zelf op met een intern programma. The company trains new employees itself with an internal programme. |
| aanvragen Officieel vragen om iets te krijgen of te mogen. | to apply for / to request | Je moet dit verlof minstens een maand van tevoren aanvragen. You have to request this leave at least one month in advance. |
| toepassen Kennis of een methode echt in de praktijk gebruiken. | to apply (knowledge) | Tijdens mijn stage pas ik de theorie uit het college toe. During my internship I apply the theory from the lecture. |
| aan de eisen voldoen Precies hebben wat er voor een functie of opleiding gevraagd wordt. | to meet the requirements | Zijn cv is sterk, maar hij voldoet niet aan alle eisen van de vacature. His CV is strong, but he does not meet all the requirements of the vacancy. |
This deck has 206 words in total — copy it to your library to study them all.
Documentation — Public Decks — Anki Alternative — Contact — Privacy — Terms